Geen sprook­je deze keer. Zelfs geen stuk met een lo­gi­sche ver­haal­lijn en een dui­de­lij­ke kop en staart. ’t Spot­je waag­de zich deze keer aan een ei­gen­tijds, flit­send stuk vol los­se flar­den, slechts met el­kaar ver­bon­den door een al­om­te­gen­woor­dig the­ma: hoe is het om pu­ber te zijn? De ti­tel geeft het ant­woord: 'Moei­lijk!?’.

Ze­ven­tien jon­ge­ren van 14 tot en met 19 jaar mo­gen nu eens on­ge­ge­neerd pu­be­ren zon­der dat ie­mand daar aan­stoot aan neemt. Ster­ker nog, hun ou­ders vin­den het prach­tig! ,,Wat her­ken­baar!’’, klinkt re­gel­ma­tig uit het pu­bliek en de lach­bui­en die de vol­was­se­nen vaak en ste­vig la­ten gal­men in de zaal ge­ven blijk van her­ken­ning - zo niet als ou­der, dan wel uit de ei­gen pu­ber­tijd.

De jeug­di­ge ac­teurs han­gen rond, zijn on­geïn­te­res­seerd, kij­ken al­leen naar hun smartpho­nes en gnui­ven om de dom­heid van hun ou­ders, ter­wijl ze er­ken­ning zoe­ken bij el­kaar. Het is mooi om te zien dat ze het niet al­leen spe­len, maar dat ve­len zich ook daad­wer­ke­lijk op het to­neel niet goed een hou­ding we­ten te ge­ven. Ze ne­men schuch­ter hun plek in en zoe­ken steun bij el­kaar - som­mi­gen zelfs met ge­fluis­ter­de woor­den. Dat on­der­streept de in­houd van het stuk en geeft het - zeer waar­schijn­lijk voor de spe­lers zelf on­ge­merkt - een ex­tra laag.

Zo­als ook in het ech­te le­ven zijn er en­ke­len die wel hun ruim­te op­ei­sen en die er staan. Hoe­wel al­len we­ten wat er van hen ver­wacht wordt, ge­ven zij daar ook blijk van. Ze zijn een hou­vast voor de an­de­ren, die daar­door be­ter pres­te­ren. Zo maakt de groep er als ge­heel een in­te­res­sant stuk van.

De scè­nes zijn flar­den uit het da­ge­lijks le­ven, ge­ac­teerd en soms op­ge­luis­terd met be­hoor­lijk strak uit­ge­voer­de dan­sen. Tal­lo­ze emo­ties pas­se­ren de re­vue: van diep ver­driet om de dood van een goud­vis tot ar­ro­gant la­chen bij het - in dit ge­val voor de ou­ders - on­ge­mak­ke­lij­ke ge­sprek over seks. Veel le­vens­vra­gen als ’wie ben ik’ en ’wat moet er van mij wor­den' wor­den ge­steld, maar niet be­ant­woord. Wel is er de con­clu­sie: ,,Ik ben in be­perk­te op­la­ge ver­krijg­baar, dus wees er zui­nig mee''. Of de ou­ders in de zaal ge­hoor ge­ven aan deze op­roep? Dat staat nog te be­zien.

Fa­ral­da Hout­huij­sen

To­neel

'Moei­lijk!?’ door jeugd­to­neel­ver­e­ni­ging ’t Spot­je. Bij­ge­woond op za­ter­dag­avond in het Tref­punt op Mar­ken.